Toneelauteurs trachten altijd ronkende titels te geven aan hun oeuvres, wat soms wel en soms niet lukt. Wij spelen dit seizoen "DE ZETEL" en het is aan u om te oordelen of dit een ronkende titel is of niet, want ik weet het niet.
Wat ik wel weet is dat het een ijselijk mooi toneelstuk is. Het is een aanklacht tegen ongelijkheid en gebaseerd op waargebeurde feiten.
Waarover het gaat.
Een niet onverdienstelijke schrijver van pocketromannetjes, Melvin Selis, gaat op zoek naar stof voor een nieuw boek, een echte roman, een bestseller. In de verarmde, verkrotte buurt "Elzen" komt hij Peggy tegen samen met haar zetel, (tegenkomen, allé bij manier van spreken). Zij ontvlucht haar wijk en haar partner. Ze wil in het station gaan overnachten. Melvin vindt dit onverantwoord en stelt zijn logeerkamer ter beschikking. Meteen heeft hij het personage voor zijn nieuwe roman gevonden.
Melvin wil haar alles leren: lezen, schrijven, schoon spreken, op restaurant gaan ... Dat is niet echt naar de zin van Justine, de huishoudster van Melvin.
Wanneer er echter sprake is om alle huisjes in Elzen af te breken wil Peggy terug naar ginder. Ze wil helpen strijden zodat de bewoners niet op straat gezet worden. Dit is trouwens haar wijk, ze heeft er haar roots. Zij neemt de leiding van een actiecomité om zo te proberen de afbraak tegen te gaan. Desnoods met alle middelen.
Het is een realistisch stuk met een lach en een traan en met als grondgedachte, "Ik zou gaarne een keer weten wat dat geluk eigenlijk is, al is het maar voor één dag"
|