HISTORIEK

Voor Outer en Heerd”  : een lange traditie…

 

Zoals vele Vlaamse gemeenten, is Alveringem al heel lang besmet door de toneelmicrobe.

De toneelgilde “Nut en vermaak” was al actief kort na W.O I op de zolder van “De Appel” en later in “d’ Oude Knechtenschool” ofte Patronage.

Door W.O. II werden de toneelactiviteiten noodgedwongen onderbroken en het duurde even voor ze weer op gang kwamen.

Op initiatief van onderpastoor Jan Breyne, werd in 1948 “De Boerenkrijg” op de planken gezet.

 

In 1949 sloot de toneelgilde zich aan bij het AWT (Algemeen West-Vlaams Toneel) en bij het NVKT (Nationaal Vlaams Kristelijk Toneelverbond)  onder de naam “Voor Outer en Heerd”. Tot 1961 brachten ze regelmatig producties, o.a.

-Huwelijksreis zonder man (Leo Lenz)

-De molen van Sanssouci (Otto Härting)

-Twee zusjes bij mekaar (Jac. Ballings)

-De stuwdam (Andries Poppe)

-Durf leven (Jan Gorissen)

-De sloep zonder visser (AlejandroCasona)

-De grote heer op het kleine eiland

 

Maar, bij gebrek aan spelers, moesten ze er in 1961 noodgedwongen het bijltje bij neerleggen.

In 1984 werd, onder impuls van Gerard Vanlandschoote, beslist om “Voor Outer en Heerd” nieuw leven in te blazen.
Het was voor hem een uitdaging om aan de slag te gaan met mensen zonder toneelervaring. Hij wist een aantal mensen enthousiast te maken om een bestuur op te richten, een technische ploeg te vormen. Onvermoeibaar ging hij op speurtocht naar lokaal talent.

 

Het werd een successtory.(het juiste verhaal is eigenlijk het volgende : Gerard en ikzelf waren geregeld samen als wielertoerist van SWW – Sport voor Wie het Wil – en al pratend komen wij overeen om te (her)starten met VO&H. De deal was gemaakt en vanaf dit moment is Gerard begonnen aan zijn zoektocht om spelers aan de haak te slaan. Zo wist ik mijn schoonzus Liliane en mijn schoonbroer Norbert ook te overtuigen om mee te doen. Meestal was er nog ergens een rol niet ingevuld enkele dagen voor de repetities begonnen, maar telkens wist Gerard  op de limiet iemand warm te maken om mee te doen. Ik was niet alleen één van de acteurs, maar ook de verwarmer van de meestal ijskoude zaal en kleedkamer een paar uur voor de repetitie begon. Ik herinner mij ook nog hoe ik het waagde om Jean Verslype, die toen in onze straat woonde, samen met Brigitte, te vragen om onze regisseur te worden van een bende zonder ervaring en toen ik Gerard meldde dat hij hier op inging, was hij de gelukkigste mens op aarde. Ook is me bijgebleven hoe Gerard zijn regisseurs soigneerde zodat er spoedig een hechte band ontstond wat zich ook afstraalde op de spelersgroep en gans de entourage)

 

Het eerste bestuur zag er als volgt uit :

-voorzitter : Gerard Vanlandschoote

-secretaresse: Paula Vanheule

-penningmeester: Conny Debruyne

-P.R.: Mark Sanders

-erevoorzitter: Walter Dehouck

 

Voor de technische ploeg was Urbain Geldhof een toegewijde, creatieve en handige decorbouwer, bijgestaan door Marcel Debruyne en Jef Vanelslande. Irène Barbier zorgde voor de grime en zou later het secretariaat overnemen.

In het begin waren Marcel Debruyne en Frans Vanhee alsook Jef Vanelslande, de technici. Urbain is bijgekomen tgv Antje (Frans was dan al niet meer bij de ploeg denk ik) Jean-Marie Verslype was de eerste regisseur, de enige van de groep met toneelervaring (St-Lutgardis Veurne).